De afspraken over de beving van zaterdag 14 maart zijn gemaakt door de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, de Commissie Mijnbouwschade en de NAM. Het gebied waar de beving schade kan hebben gedaan, is verdeeld in vier ringen rond het epicentrum, met grenzen die het KNMI aan de hand van zijn metingen heeft bepaald.
In ring 1 en 2, het dichtst bij het epicentrum, trilde de grond het sterkst en is ook de kans op schade het grootst. Daar wordt de schade opgenomen en berekent de commissie wat het herstel kost, zonder te onderzoeken of de schade echt door de beving komt. De vergoeding bedraagt in ring 1 ten hoogste 10.000 euro en in ring 2 ten hoogste 7.000 euro.
In ring 3 en 4 is schade veel minder waarschijnlijk, en daarom komen daar vaste bedragen: 3.000 euro in ring 3 en 1.000 euro in ring 4. Het Rijk moet die regeling nog opstellen, en ze gaat naar verwachting begin 2027 in.
In elke ring kan een melder ook kiezen voor de gewone procedure, waarin de commissie uitzoekt of de beving de oorzaak is. Volgens de commissie kan de vergoeding dan lager uitvallen, omdat misschien niet alle schade door de beving komt.
Wie al schade heeft gemeld, krijgt vóór eind juli een e-mail met de ring waarin het huis ligt en de manier waarop de melding wordt behandeld; zelf hoeven melders niets te doen. Voor ring 1 en 2 verwacht de commissie in september te beginnen, en vanaf dan plant ze de schadeopnames in. Na de zomer volgt een informatiebijeenkomst voor bewoners van die twee ringen. Schade die vanaf 30 juni wordt gemeld, valt onder de gewone procedure, en melden kan tot 14 maart 2027.
De gemeenten en de provincie kwamen de afgelopen maanden met voorstellen voor een betere regeling, maar die zijn niet overgenomen. Ze wilden onder meer dat een aannemer de schade herstelt, dat er een onafhankelijke commissie voor geschillen komt en dat er een regeling is voor bijzondere gevallen. Volgens hen kan de regeling inwoners bovendien opnieuw in onduidelijkheid en onzekerheid brengen. Ze blijven er met het Rijk over in gesprek.